Achtergrond

Enkele feiten:

  • 1600 start van de slavernij door Nederland in Suriname en Nederlandse Antillen. Uit afrika geroofde mensen worden door Nederlandse wet als eigendom van slavenhouders erkend.
  • In Suriname werken tot-slaaf-gemaakten op plantages voor producten als koffie, suiker, katoen, tabak en cacao en op Bonaire werkten de slaven op zoutpannen, aloë- en houtplantages. Op de Nederlandse Antillen werkten de slaven in de plantagehuizen.
  • 1863 Afschaffing van 300 jaar Slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen
  • Op 1 juli 1863 werden in Suriname zo’n vijfendertigduizend mensen van de slavernij verlost. Kanonschoten vanaf het fort Zeelandia kondigden hun nieuw verkregen vrijheid aan.
  • Op de Antillen worden ongeveer twaalfduizend mensen in vrijheid gesteld.
  • Op 1 juli 2013 is het 150 jaar geleden dat de slavernij door Nederland in Suriname en de Antillen werd afgeschaft.
  • Veel Surinamers en Antillianen hebben vandaag nog steeds te maken met de nadelige effecten van de mensonterende situatie waarin hun voorouders hebben geleefd
  • Op 30 juni worden de slachtoffers van deze periode herdacht
  • Op 1 juli vieren de afstammelingen van de tot-slaaf-gemaakten de vrijheid waarvoor hun voorouders hebben gestreden
  • Vandaag is slavernij in allerlei vormen van allerlei groepen nog steeds actueel

 

Twee eeuwen slavernij in de West


In de gehele mensheid heeft slavernij bestaan. De Egyptenaren kenden het, in het oude China bestond het, tijdens het Westerse kolonialisme, maar ook nu nog. De positie van slaven en de organisatie van slavernij verschilt echter. Waar bij de Oude Grieken slaven een sociale bevolkingsgroep vormden met bepaalde rechten, was die in het Westers-koloniale tijdperk gekoppeld aan systematische gewelddadige methoden en tegenwoordig vaak illegaal en georganiseerd door criminelen.

Superieure christenen
De islam moedigt wel bevrijding van slaven, maar oudere godsdiensten als jodendom en christendom veroordelen slavernij bijvoorbeeld niet. Aan de slavernij van Afrikanen door Europeanen vanaf de veertiende eeuw werd zelfs een etnisch-religieuze verantwoording gegeven: de christelijke blanke is door zijn god superieur gemaakt aan andere volkeren, die minder ontwikkeld en beschaafd en bovendien heiden zijn. Hun slavernij was het gevolg van zonden die ze hadden begaan.

Ontmenselijking
Vanuit dit idee was de stap naar dehumaniseren van slaven klein. Slaven waren geen echte mensen zoals blanken maar een ander soort dat je net zo kunt behandelen als vee. Afrikanen waren voorwerpen, goedkope productie-eenheden. Zij konden de dure landbouw in de nieuwe gebieden goedkoper maken. Aan het telen op vreemde en gevaarlijke grond en het vervoer naar afzetmarkt Europa waren hoge kosten verbonden, maar de gratis arbeiders compenseerden dat weer. Eerder in de geschiedenis was sterfte niet automatisch verbonden aan slavernij, maar in de koloniale tijd was ze zeldzaam gewelddadig. De massale sterfte, het ontmenselijken van een specifieke groep, de ideologie erachter, de systematische en wettelijke methoden doen vergelijken met de holocaust in de Tweede Wereldoorlog.

Oorlogsbuit
De koloniale slavernijhandel kwam op gang toen in Afrika rijken met elkaar in oorlog waren. In plaats van de vijand te doden, ontdekten de Afrikaanse heersers dat ze geld konden verdienen aan de verkoop van hun oorlogsbuit. Zo kwam een stroom op gang van tweeduizend slaven per jaar die vanuit dé slavenhaven Elmina in Ghana naar het Amerikaanse continent werden getransporteerd.

De Nederlandse slavernij werd in de zeventiende eeuw geboren toen de staten in de Lage Landen zich losmaakten uit het Spaanse Rijk, de Republiek der Verenigde Nederlanden vormden en zo economisch succes maakten.
De Republiek ging zelf routes opzetten naar gebieden waar belangrijke producten vandaan kwamen, om de Spaanse boycot te omzeilen. Op plekken langs de routes zette de Republiek handelsnederzettingen uit. Voor de Republiek was het een louter economische kwestie. Kolonisatoren als Engeland en Frankrijk hadden ook nationale motieven: hun rijk uitbreiden en andere volkeren hun systeem opleggen.

Tropisch ebbenhout
Dat veranderde in 1670 – de Republiek was toen al over z’n hoogtepunt heen – toen Suriname werd gekoloniseerd. De Republiek zag hoe rendabel slavernij bij de Britten was, met een winstpercentage van 7 à 8 procent. Bovendien hadden de calvinistische kerkleiders slavernij toegestaan wanneer het om niet-christenen ging.
Als wereldmacht kreeg de Republiek een leidende rol in de slavenhandel. Op het trans-Atlantische transport van honderdduizenden Afrikanen naar Suriname had de West-Indische Compagnie (WIC) een monopolie. 600.000 slaven – in de papieren ‘tropisch ebbenhout’ genoemd - werden op haar schepen vervoerd. Die kwamen uit Angola, Dahomey (Zuid-Benin) en andere West-Afrikaanse landen. Later ook uit Mozambique, Madagaskar, Maleisië en Indonesië. Ook in VOC-gebieden werkten slaven.

Verlieslijdend
Curaçao was na de overtocht de handelsmarkt van slaven. Van hieruit gingen de meesten naar Suriname, maar ook naar Spaanse kolonies op het Amerikaanse vaste land en naar Franse en Engels eilanden.
De Nederlandse slavenhandel was echter minder winstgevend en uiteindelijk zelfs verlieslijdend. Onder Nederlandse slaven was de sterfte tijdens de toch overzee hoog: 17 procent. De Engelsen kochten sterkere slaven en hadden een luchtverversingsysteem op de schepen.

In de tweede helft van de achttiende eeuw was er crisis in de Nederlandse koloniën en stortte de slavenhandel in. In die zelfde tijd kwam in andere landen verzet tegen slavernij op. Maar niet in Nederland. Daar werd vastgesteld dat welvaart verbonden was aan slavernij – iets wat later niet zo bleek te zijn.

Opstand
Vanaf plantage de Knip op Curaçao begon slaaf Tula op 17 augustus 1795 een opstand, die werd gesteund vanuit naburige dorpen. Na aanvankelijke successen werd deze echter bloedig de kop ingedrukt.
Ondertussen ontpopte de slavernij in Suriname zich als de meest ruwe in de wereld. Het boek van John Gabriël Stedman, ‘Narrative of a five years expedition against the Revolted Negroes of Surinam’ beschrijft ze en afbeeldingen van William Blake tonen ze. Toch wisten er slaven van de plantages te vluchten naar het oerwoud. Daar stichtten ze ministaatjes. Van hieruit plunderden ze plantages en bevrijdden ze andere slaven.

Afschaffing handel
De slavenhandel kwam in een neergang door oorlogen met Engeland. Nederlandse plantages kwamen onder Engels protectoraat en voortaan leverde Engeland de slaven. Even later zou Engeland echter in navolging van de Verenigde Staten de slavenhandel afschaffen. Ook de uit Engeland teruggekeerde koning Willem I van het kersverse koninkrijk Nederland deed dat in 1814, waardoor Nederland zijn gebieden van Engeland terug kreeg. De slavernij bleef echter nog bestaan.

Afschaffing slavernij
Pas op 1 juli 1863 werd de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen afgeschaft. Voor elke slaaf kreeg de slavenhouder 300 gulden schadevergoeding. De slaven in Suriname moesten echter nog tien jaar doorwerken onder staatstoezicht, zodat de plantages niet direct stil kwamen te liggen. Echt vrij waren ze dus pas in 1873. Toen moesten ze nog verplichte arbeidscontracten aangaan om leegloop van plantages te voorkomen. Pas na die contracten waren ex-slaven volwaardig burger.

Inloggen